Compact, recht en in vorm gehouden. Langs erfgrenzen en koepaden, met soorten die je vee helpen binnen de lijnen te houden.
Start de keuzehulpPrijs per meter in vier stappen
Doornsoorten als meidoorn houden je vee waar het hoort, mits de heg dicht genoeg is.
Een dichte heg breekt de wind langs koepaden en weilanden. Dat scheelt verdamping.
Blad met eiwitten, mineralen en sporenelementen, waar je dieren naar behoefte uit halen.
Een herkenbare lijn op het erf. Overzichtelijk, en het past bij het landschap hier.
Meer dan een rechte lijn op het erf. Wat een voederheg concreet doet voor je bedrijfsvoering.
Blad bevat sporenelementen die je dieren naar behoefte opnemen, zoals koper, selenium en ijzer. Het aandeel droge stof in het blad wisselt door het seizoen heen.
Je dieren kunnen zelf kiezen: schuilen tegen de wind, schaduw zoeken op een hete dag, en het gedrag vertonen dat bij ze past.
Een dichte heg breekt de wind langs koepaden en percelen. Dat scheelt verdamping op het land.
Bloei, bes, blad en schuilruimte voor insecten en vogels, ook in een compacte vorm.
Gezondere dieren met minder stress geven minder gedoe en lagere kosten, van dierenarts tot uitval.
Overleg met je agrarisch collectief of er voor jouw heg een ANLb-vergoeding mogelijk is voor het beheer.
Je knipt de heg elk jaar; een voederhaag zet je eens per zes jaar terug. Vaker werk, maar in kortere beurten.
Eén plantrij met vier stuks per meter is genoeg om een dichte heg te ontwikkelen. Meer heb je niet nodig; het gaat om de vorm die je erin houdt.
Je houdt de heg op ongeveer 1,5 meter hoog en 1 meter breed. Ter vergelijking: een melkkoe is zo'n 1,40 meter op de schoft.
Plantgoed komt van Boomkwekerij Rendering in Aalten. Waar mogelijk gebruiken we autochtoon materiaal dat in de streek thuishoort.
Allebei een rij houtigen waar je vee uit eet en achter schuilt. Het verschil zit in ruimte en beheer.
| Voederheg | Voederhaag | |
|---|---|---|
| Ruimte | Blijft compact: circa 1,5 m hoog, 1 m breed | Groeit uit tot circa 3 bij 3 meter |
| Beschutting | Minder, door de compactere vorm | Meer schaduw en een beter microklimaat, door de omvang |
| Beheer | Elk jaar knippen of scheren | Eens per zes jaar terugzetten |
| Mestplaatsingsruimte | Kost minder, door de smallere voet | Kost meer, door de bredere voet |
Beide vormen tellen niet mee als mestplaatsingsruimte: de grond onder het element mag je niet meerekenen bij de Gecombineerde opgave. In perspectief: bij een heg van ongeveer een meter breed leg je pas zo'n twee kilometer aan voordat je daarmee de mestplaatsingsruimte van één koe kwijt bent.
We kijken eerst op je erf naar grondsoort, perceelsgrenzen en waar het vee loopt. Daar volgt de lijn van de heg uit.
Planten doe je tussen november en maart. Is de grond verdicht, dan helpt een woelpoot om de strook los te maken. Een heg plant je in een doorlopende sleuf, bij meer meters machinaal gegraven. Zaai je de strook in met een klavermengsel of dek je af met houtsnippers, dan blijft de bodem vochtiger en hebben onkruiden minder kans. Plant niet te diep: alleen de wortels in de sleuf.
Zet er een laag veekerend raster omheen, bijvoorbeeld stroomdraad, tegen overbegrazing aan de stamvoet. Bij wildvraat door reeën of hazen helpen plantkokers. De eerste jaren snoei je zelf en blijft het vee eraf, tot de heg zijn dichte, strakke vorm heeft. Staat ze stevig, dan mag het vee erbij: vanaf dat moment snoeit het mee.
Daarna knip je één tot twee keer per jaar. Laat de onderkant iets breder uitgroeien dan de bovenkant, zodat de zon ook onderin komt — dan blijft de heg dicht. Knip niet op een zonnige zomerdag; dat geeft verbranding.
Nog geen afgerond voederheg-project om te laten zien. Dit voederhaag-project bij familie Walvoort laat wel zien hoe we te werk gaan: op maat, in overleg met de boer, met oog voor dierwelzijn en biodiversiteit.
Je houdt hem op ongeveer 1,5 meter hoog en 1 meter breed. Wil je meer bloei, bes en schuilruimte en heb je de ruimte, kijk dan naar de voederhaag.
Met doornsoorten als meidoorn en sleedoorn wel, mits de heg dicht genoeg is. In de eerste jaren is dat nog niet zo: dan heb je een raster nodig.
Vier stuks per strekkende meter in één plantrij. Dat is voldoende om een dichte heg te ontwikkelen.
Eén tot twee keer per jaar. Bij een meidoornheg knip je de eerste keer vóór 21 juni: de doorns zijn dan nog niet hard en houtig, wat het werk aangenamer maakt. De tweede beurt kan voor de winter. Knip niet op een zonnige zomerdag, dat geeft verbranding.
Nee. De eerste jaren snoei je zelf en blijft het vee eraf, achter een laag veekerend raster. Anders wordt de stamvoet kaalgevreten en krijgt de heg zijn dichte vorm nooit.
Voor de aanleg bestaat een provinciale regeling, en voor het beheer daarna zijn er jaarlijkse vergoedingen via je collectief en via het GLB. Aanvragen doe je zelf; wij zorgen dat het ontwerp aan de voorwaarden voldoet. Bekijk actuele regelingen.
Dat hangt af van je grondsoort, de gekozen vorm, het aantal meters en hoe goed we met materieel bij het perceel kunnen. In de keuzehulp reken je het in vier stappen zelf uit. Start de keuzehulp.
In vier stappen zie je welke vorm bij je grond past en wat het per meter kost.