Voor Gelderland en Overijssel zijn er provinciale regelingen om de aanleg te bekostigen. Wij vragen niets voor je aan, maar wijzen je wel de weg. Hier staat welke regelingen er zijn, waar je ze aanvraagt en met wie je verder kunt praten.
Regel subsidie vóórdat je bestelt — achteraf kan meestal niet meer
Wij leveren en planten. De subsidieaanvraag doe je zelf, of je laat je daarbij helpen door een partij die daarin gespecialiseerd is. Wat wij wel doen: je vertellen welke regelingen er zijn, en zorgen dat de aanplant voldoet aan de voorwaarden die eraan gesteld worden — dat scheelt gedoe achteraf.
Ze sluiten elkaar niet uit: de eerste twee gaan over de aanleg — kies de regeling van je eigen provincie — de andere twee over wat je daarna jaarlijks ontvangt.
Vergoedt 60% van de aanlegkosten, tot maximaal € 20.000 per aanvraag. Voederhagen worden in de regeling met naam genoemd.
Loopt tot 1 januari 2027, zolang het budget van € 700.000 beschikbaar is.
Vergoedt maximaal 75% van de aanlegkosten. Kies je ook voor onderhoud en beheer in de eerste zes jaar, dan komt daar een vast bedrag van € 300 per hectare per jaar bij. Maximaal € 30.000 per aanvraag.
Budget van € 2,43 miljoen voor de periode 2024–2026, zolang het beschikbaar is.
Vergoeding voor het beheer en onderhoud van landschapselementen. Loopt niet via de provincie maar via het agrarisch collectief in jouw gebied.
Houtige elementen op of naast je landbouwgrond tellen mee voor punten in de eco-regeling, bovenop je basispremie. Genoeg punten geven een eco-premie per hectare per jaar: voorlopig € 54 (brons), € 90 (zilver) of € 180 (goud) in 2025.
Eco-activiteiten, punten en waarde →
Landschapselementen in het GLB →
Bedragen, percentages en voorwaarden veranderen regelmatig en verschillen per provincie. Kijk daarom altijd op de site van de instantie zelf; wij houden deze pagina bij, maar aan de tekst hier kun je geen rechten ontlenen.
Een leernetwerk voor en door agrarische ondernemers, mede gefinancierd door de provincie. Ze organiseren bijeenkomsten en excursies, en voeren gesprekken op locatie over wat agroforestry voor jouw bedrijf kan betekenen.
Het Overijsselse tegenhanger van het Gelderse netwerk: kennis, praktijkvoorbeelden en contact met andere boeren die met agroforestry bezig zijn.
Voor het ANLb loopt alles via het collectief. Die kennen de regelingen in jouw gebied en weten welke beheerpakketten er beschikbaar zijn. Heb je al een bedrijfsadviseur, dan is dat vaak de snelste route voor het papierwerk.
Daarnaast deelt Landschap Overijssel via de jaarlijkse Boomdeeldagen bomen en struiken uit met korting — het inschrijfmoment en de deelnemende gemeenten wisselen per jaar, dus check de actuele voorwaarden op hun site.
Tijdens dit advies op maat, bij je op het bedrijf, kijken we welke regeling in jouw situatie het meest voor de hand ligt, en wat dat betekent voor het ontwerp. De voorwaarden zijn namelijk niet vrijblijvend: een minimum aantal planten per hectare, een minimale rijlengte, een perceel van voldoende omvang.
Die eisen nemen we mee in het plan, zodat je aanplant er straks aan voldoet. Dat is geen aanvraag doen, maar het scheelt je wel de situatie dat je achteraf hoort dat het net niet past.
Loop je vast in het formulier, dan denken we mee. Maar indienen doe je zelf.
Advies op maat — € 495
Landschapselementen tellen onder voorwaarden mee als subsidiabele grond en moeten worden ingetekend in de perceelsregistratie. Hoe dat precies uitpakt hangt af van je bedrijf. Bespreek het met je collectief of adviseur voordat je plant.
Grond waarop een houtig element komt, kan gevolgen hebben voor je mestplaatsingsruimte. Slimme inpassing — bijvoorbeeld in een bufferstrook die je toch al niet kunt benutten — beperkt dat verlies. Reken het door voordat je een strook uitzet.
Een houtopstand van 1000 m² of meer, of een rijbeplanting van meer dan 20 bomen, valt onder de Wet natuurbescherming: kap moet gemeld worden en herplant is verplicht. Een enkele voederhaag of -heg blijft daar meestal ruim onder, maar check het bij twijfel.
Rond fruit- en boomteeltbedrijven gelden bufferzones waarin een plantverbod kan gelden voor gevoelige soorten, waaronder meidoorn. Zit je in de buurt van zo'n bedrijf, laat dat meewegen in de soortkeuze.
Ga ook na of je een vergunning nodig hebt in het kader van de Omgevingswet — bijvoorbeeld bij landschappelijke openheid, archeologische waarde of een weidevogelgebied — en of het Waterschap eisen stelt aan een schouwpad als je langs water plant.