Wat een heg of haag doet met je mestplaatsingsruimte
De grond onder een heg of haag telt niet mee als mestplaatsingsruimte. Foto: Martine Siemens voor De Groene Ruyt
Een heg of haag levert je landschapselementenpunten op in het GLB, maar kost tegelijk een stukje mestplaatsingsruimte: de grond onder een houtig element telt niet mee als grond waarop je mest mag uitrijden. Voor de meeste bedrijven is dat verlies klein, maar het moet geen verrassing zijn bij het invullen van de Gecombineerde opgave.
Waarom de grond niet meetelt
Landschapselementen — RVO noemt onder meer boomgroepen, houtwallen, hagen en heggen — zijn niet-productieve grond: je voert er geen landbouwactiviteit op uit. Ze tellen mee voor het landbouwareaal waarover je de basispremie en eventuele eco-regelingpunten berekent, maar de oppervlakte die het element zelf inneemt, is geen grond waarop je gewassen verbouwt of mest plaatst. Vandaar dat diezelfde grond niet meetelt in je mestplaatsingsruimte.
Hoeveel het scheelt
In de praktijk valt dit vaak mee. Een heg of haag van ongeveer een meter breed neemt weinig grond in beslag ten opzichte van de lengte die je aanlegt: bij zo'n breedte leg je pas in de orde van twee kilometer aan voordat je daarmee de mestplaatsingsruimte van één koe kwijt bent. Voor de meeste erfbeplantingen — een paar honderd meter langs een perceelsrand — is de impact dus beperkt, maar bij grotere afstanden of bij een bedrijf dat al krap in de mestplaatsingsruimte zit, telt het wel degelijk mee in de rekensom.
Waar je op moet letten bij de aanvraag
Landschapselementen registreer je zelf in Mijn percelen en geef je aan in de Gecombineerde opgave. Een element telt alleen mee voor subsidie als het op landbouwareaal ligt of daaraan grenst, en niet volledig omsloten is door grond waarvoor je geen subsidie kunt krijgen — een heg midden op het erf telt bijvoorbeeld niet mee. RVO houdt de precieze regels en de jaarlijkse voorwaarden bij; die veranderen, dus check ze bij de aanvraag zelf.
De Omgevingswet: wat er verandert als je gaat kappen of snoeien
Sinds 1 januari 2024 valt de bescherming van houtopstanden — voorheen de Wet natuurbescherming — onder de Omgevingswet. Een houtopstand is (kort gezegd) een zelfstandige eenheid van bomen, struiken, hakhout of een rijbeplanting van meer dan twintig bomen, van minimaal 10 are. Val je onder die definitie en wil je een houtopstand geheel of gedeeltelijk vellen, dan moet je dat vooraf melden: minimaal vier weken en maximaal een jaar van tevoren. Na het vellen geldt een herplantplicht binnen drie jaar.
Buiten de bebouwde kom is de provincie het bevoegd gezag; binnen de bebouwde kom kan de gemeente eigen regels stellen via het omgevingsplan, en die verschillen per gemeente. Normaal onderhoud — gefaseerd knippen, snoeien of terugzetten volgens de gedragscode — is doorgaans vergunningsvrij. Ga je verder dan onderhoud, dan is het verstandig dit vooraf bij je gemeente of provincie te checken; wij nemen dit mee in het ontwerp, maar de melding of vergunning zelf regel je zelf.
Wil je weten hoe dit voor jouw perceel en je Gecombineerde opgave uitpakt? Dat rekenen we samen door tijdens dit advies op maat, bij je op het bedrijf.
