Utrecht wil 10 procent landschapselementen: waarom dat ook voor Gelderse boeren telt
Kruidenrijke rand langs een perceel — ook dit valt onder groenblauwe dooradering. Foto: Martine Siemens voor De Groene Ruyt
De provincie Utrecht wil dat in 2050 tien procent van het landelijk gebied bestaat uit landschapselementen: poelen, houtwallen, hagen en natuurvriendelijk beheerde sloten. In 2025 werd er met provinciale steun bijna 10 hectare aangelegd, omgerekend zo'n 25 kilometer lengte.
Utrecht is niet onze regio. Toch is dit bericht om twee redenen interessant voor veehouders in Gelderland en de Achterhoek.
De richting is overal dezelfde
Provincies formuleren doelen voor groenblauwe dooradering, stellen subsidies beschikbaar via agrarische collectieven, en houden bij hoeveel er ligt. Wat begon als iets voor liefhebbers, wordt geleidelijk onderdeel van hoe er naar landbouwgrond gekeken wordt.
Dat is geen dreigement en geen belofte. Het is een constatering: wie nu aanplant, doet iets wat over tien jaar vermoedelijk normaler is dan vandaag.
Geschiedenis bepaalt wat past
Het onderzoek achter dit bericht laat iets zien wat wij in de praktijk ook merken. De verschillen tussen gebieden zijn goed te verklaren uit landschap, hoogteligging, grondwaterstand en historisch gebruik. In veenweidegebieden staan van oudsher knotbomenrijen; elders horen andere elementen.
Daarom beginnen wij elk plan met de vraag wat er hier vroeger stond. Niet uit nostalgie, maar omdat soorten die passen bij de bodem en het landschap het simpelweg beter doen. Een haag die aanslaat is goedkoper dan een haag die je twee keer moet planten.
En de vergoeding?
Voor de aanleg is in Gelderland subsidie mogelijk via de regeling Aanleg Agroforestry — tot 60 procent van de kosten, zolang het budget beschikbaar is. Daarnaast tellen houtige elementen mee in de GLB eco-regeling. Op onze subsidiepagina staat waar je terecht kunt.
Wil je weten wat dit voor jouw bedrijf betekent? Dat is precies waar dit advies op maat voor is.
